Mijn vriendin kwam laatst thuis met een puzzel van 1500 stukjes. Schijnbaar een voorloper van de erfenis want het was ergens bij de schoonouders van zolder geplukt. ‘Leuk voor Boris’ (ons zoontje). Die heeft er welgeteld tien seconden aandacht aan besteed, terwijl ik nu iedere avond na het RTL journaal met mijn vingers door de puzzelstukjes ga, op zoek naar het volgende passende stukje.
En nu de puzzel na een aantal dagen langzaam vorm begint te krijgen, de buitenrand ligt en binnenin zijn de eerste grote onderdelen bij elkaar gepuzzeld, vraag ik me af waar ik ‘IN VREDESNAAM MEE BEZIG BEN’.
Ik ben bezig om 1500 stukjes bedrukt karton in een rechthoekige vorm te persen. Avonden lang onder een felle lamp, met ogen die pijn doen van het turen en een nek die stijf en stram wordt van het naar beneden kijken. En wat gaat er gebeuren als het klaar is, over een paar dagen of misschien nog wel een week? Ja, dan flikkeren we de hele boel weer in de doos en gaat het de kast in. Intussen is de helft van de eettafel twee weken lang voor niets anders te gebruiken. En o wee als iemand een stukje verschuift dat ik net op de goede plek heb gelegd.
Niets zo nutteloos als puzzelen, maar toch kan ik er niet mee stoppen. Net zo min als met chips en snoep eten overigens. Het is regelrecht verslavend. Maar toch, ik heb het jaren niet gedaan en als deze de kast weer in is, weet ik dat ik het weer jaren niet zal doen. Het is dus alleen verslavend als het voor je ligt. Zal ik halverwege stoppen, of maak ik het eerst toch ‘af’?
Of is het toch ergens goed voor? Ontspanning ofzo? Voor mij niet, ik heb juist de frustratie dat dat ene stukje niet past en ik het andere stukje in de berg niet kan vinden. En toch die drive om tot midden in de nacht door te gaan,… nog even dat stukje.
Andere interessante bijdragen:
Consuminderen
Van moeten naar willen
Racen op een echt circuit
2 minuten
Oogcontact

